Toen alles nog goed was. Of, toen alles nog goed voelde en leek. Want de vertrouwensbreuk leidde wel tot het alles in twijfel trekken. Onze hele historie. Had ik oogkleppen op, of was ik blind voor alles wat er misschien wel gebeurde? Was het gewoon het vertrouwen wat er toen nog wel was? Het vertrouwen in het goede.

Iedere keer dat ik weer wat van vroeger lijk te zien in onze interactie, het elkaar dingen gunnen, wordt dat verlangen naar vroeger weer een beetje aangewakkerd. Ik stap dan zo over alle nare dingen heen. Die zie ik op dat moment even helemaal niet. Die zijn er dan niet. Ik zie dan weer even de vrouw waar ik verliefd op was, waar ik zielsveel van hield.

En dat doet pijn en dat vertraagd het verwerken. Ik weet prima dat er hier niets meer is op het moment. Dat ik deze gevoelens moet laten voor wat ze zijn, en er zeker niets mee moet doen. Zij kon en wilde niet meer aan ons werken, ik wilde dat nog altijd. Ik moet nu mijzelf remmen. Even een stapje terug. Wat is er allemaal gebeurd dat ons tot dit punt heeft geleidt? Juist. Heel veel pijn. En waarom? Omdat zij niet meer gebonden wilde zijn. Omdat zij iets zocht wat ik haar niet kon geven. De 'high' van het veroveren van een ander, een vreemde. Die kick die ik haar toch nooit zou kunnen geven, want ik was al veroverd.

Tja. Dat is niet te fixen. Dat kan zij alleen zelf. En eigenlijk hoeft ze dit niet te fixen natuurlijk. Als zij zo gelukkig kan zijn, is dat prima voor haar. En daar moet ik vrede mee zien te krijgen. Het is niet aan mij. Ik hoef niets te repareren, alleen mijzelf. Ik moet de beste ik worden, voor mijzelf.

En toch, is er dat emotionele, wat ik nu een beetje op de achtergrond heb gepraat zojuist. Dat emotionele gevoel van verlangen, verlangen naar geluk. Vroeger had ik relationeel geluk. Nu niet. Gelukkig heb ik mijn dochters!

Ooit hoop ik dat geluk weer te vinden, ook al is dat in een andere smaak, andere vorm, hopelijk met een ander persoon. Dat kan alleen maar zodra ik weer een heel persoon ben geworden, en dat ook blijf. Mij niet laat verliezen in de ander.

Ik vind het moeilijk om te bedenken dat ik op sommige momenten mijzelf moet beperken in het geven. Vooral wanneer ik op zo'n moment de ander kan helpen. Dat voelt zo raar. Ik moet echt werken aan die grenzen. Ik moet okay zijn met het feit dat wanneer ik de ander kan helpen, en mijn hulpactie kost best wel wat tijd en energie, ik ook moet kunnen voelen dat ik daar misschien niet echt zin in heb. Dat ik dan misschien kan zeggen: Luister, je zou dit en dat kunnen doen, en ik kan er wel her en der mee helpen. En dat is het dan. Meer niet.

Als ik dan her en der meehelp, moet ik consistent blijven evalueren; Doe ik er nog goed aan om te blijven helpen? Is het ook nog goed voor mijzelf om te blijven helpen, mijn welzijn? Zachte heelmeester, stinkende wonden?

Ach ja, ik doe het maar weer eens... Over-analyseren. Hahaha. Ik kan het niet helpen. Ik ben van de details. De diepte. Ik haal geen plezier uit oppervlakkige ervaringen. Misschien is mijn brein wel verslaafd aan uitdaging. Is daar iets aan te doen? Gewoon een muur hebben met een deur die ik bewust kan open doen wanneer ik de diepte van mijn gedachten ergens op los wil laten? Alleen op mijn werk, en het welzijn van de kinderen? En op relatievlak gewoon de deur goed dichthouden?

Ik denk dan wel eens, 'maar dan kan het zijn dat ik een gereserveerd iemand wordt, die misschien niet meer de ruimte laat om een diepe band met iemand op te bouwen'. Dat ik een afstandelijk en oppervlakkig persoon kan worden binnen relaties. Dat ik altijd met de rem erop lief ga hebben. Ik moet er niet aan denken. Dan voel ik mij bij die gedachte al direct zo leeg op dat gebied. Pfoe. Het leven is toch alleen maar echt wat waard als je kunt liefhebben en wederkerigheid daarvan kunt ervaren?

Daar is mijn antwoord: Het is prima om diep lief te hebben, maar het is wel van belang dat je dit alleen met personen doet die dat ook naar jou toe hebben. Het is aan mij om die relaties te evalueren, en de wederkerigheid te signaleren. Of beter gezegd, het gebrek aan wederkerigheid te signaleren. Dit omdat ik kan geven zonder er iets terug voor te verwachten/vragen.

Zucht. He lijkt wel of ik niet ben gemaakt voor waar de huidige maatschappij naar toe aan het gaan is. De tijd van het individualisme. Het was ooit een tijd van het collectivisme waar ik in ben opgegroeid, en die tijd komt wel weer, maar niet nu.

Een citaat uit het artikel (misschien ben ik wel een oude zeikert aan het worden):

Is er nog hoop voor volgende generaties?

Van Ditzhuyzen: «Als je omgangsvormen niet van huis uit hebt geleerd, dan haal je dat niet zomaar in. De jeugd heeft die opvoeding een aantal jaren niet meegekregen, dus die twintigers en dertigers van nu zijn nu eenmaal zo. Op school wordt het steeds moeilijker, vanwege de schaalvergroting in het onderwijs. In de anonimiteit ga je makkelijker je eigen gang. Dat geldt ook in het algemeen. Waarom gooien mensen rotzooi op straat? Omdat ze denken dat een ander het wel opruimt. Anonimiteit maakt controle lastig. Het sleutelwoord is beheersing: niet doen wat je eigenlijk zou willen, voor een hoger goed. Je hebt een leeg blikje in je hand, dat zou je het liefst op straat gooien, maar dan moet je je beheersen en wachten totdat je een prullenbak ziet. Dat leren kinderen niet meer: ze gaan meteen kopen, meteen doen, niemand wijst ze meer op grenzen.»

Dat beheersen van een uitgestelde beloning... Dat is een hele generatie volgens mij niet echt geleerd. Zo zie ik dat ook een beetje bij mijn vrouw. Zo'n mooi voorbeeld: Je hebt een leeg blikje, maar het duurt nog even voordat je bij een prullenbak komt. Veel mensen gooien het tegenwoordig direct weg, op de grond of in de bosjes en denken waarschijnlijk 'whatever', en er zijn er nog maar weinig die het blikje in de hand houden tot de volgende prullenbak. Of die de straat even oversteken om het in de prullenbak te gooien. Allemaal indivdualisme.

Zucht. Ik zie de directe lijn naar de mensen die niet 'gebonden' willen zijn. Naar de 'hook-up' cultuur van Tinder. Het verheerlijken van de One-Night-Stand. Beloning uitstellen is te moeilijk voor veel mensen tegenwoordig. Althans, zo lijkt het. Waar zijn die mensen die dit wel kunnen? Die wel het blikje vasthouden tot aan de volgende prullenbak?

En daarmee heb ik mijn verlangen naar onze vroegere relatie naar de huidige maatschappij weten te linken. Ik ben een oude zeikert aan het worden, hahahaha.

Waar moet het heen? Ooit komt het wel weer goed. Ik denk dat ik maar wat meer individualistisch moet worden, want collectivistisch doen en laten kan hier toch niet tegen op.